Jenaplan
De PMS is een Jenaplanschool. Wij zijn geïnspireerd door de visie van de Duitse hoogleraar Peter Petersen (1884-1952), die opvoedingswetenschap doceerde aan de universiteit van Jena in Duitsland. Peter Petersen hoort bij de onderwijsvernieuwers van de 20ste eeuw. Peter Petersen zag de school als een oefenplaats voor een betere samenleving.
Als Jenaplanschool geven we - kinderen, leerkrachten en ouders - inhoud aan het werken met elkaar. Daarbij gaan we uit van de twintig basisprincipes. Deze geven het kader en vormen een goed kompas om koers te zoeken en te houden in een steeds ingewikkelder wordende samenleving. Ze vormen de basis voor de ontwikkeling van elke Jenaplanschool. U vindt de basisprincipes hieronder.

Basisprincipes Jenaplanonderwijs

Over de mens

  1. Elk mens is uniek; zo is er maar een. Daarom heeft ieder kind en elke volwassene een onvervangbare waarde.

  2. Elk mens heeft het recht een eigen identiteit te ontwikkelen. Deze wordt zoveel mogelijk gekenmerkt door zelfstandigheid, kritisch bewustzijn, creativiteit en gerichtheid op sociale rechtvaardigheid. Daarbij mogen ras, nationaliteit, geslacht, seksuele gerichtheid, sociaal milieu, religie, levensbeschouwing of handicap geen verschil (uit)maken.

  3. Elk mens heeft voor het ontwikkelen van een eigen identiteit persoonlijke relaties nodig met andere mensen, met de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid van natuur en cultuur en met de niet-zintuiglijk waarneembare werkelijkheid.

  4. Elk mens wordt steeds als totale persoon erkend en waar mogelijk ook zo benaderd en aangesproken.

  5. Elk mens wordt als een cultuurdrager en vernieuwer erkend en waar mogelijk ook zo benaderd en aangesproken.

Over de samenleving

  1. Mensen moeten werken aan een samenleving die iedere unieke en onvervangbare waarde respecteert.

  2. Mensen moeten werken aan een samenleving die ruimte en stimulansen biedt voor ieders identiteitsontwikkeling.

  3. Mensen moeten werken aan een samenleving waarin rechtvaardig, vreedzaam en constructief met verschillen en veranderingen wordt omgegaan.

  4. Mensen moeten werken aan een samenleving die respectvol en zorgvuldig aarde en wereldruimte beheert.

  5. Mensen moeten werken aan een samenleving die de natuurlijke en culturele hulpbronnen in verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties gebruikt.

Over de school

  1. De school is een relatief autonome coöperatieve organisatie van betrokkenen. Zij wordt door de maatschappij beïnvloed en heeft daar zelf ook invloed op.

  2. In de school hebben de volwassenen de taak de voorgaande uitspraken over mens en samenleving tot (ped)agogisch uitgangspunt voor hun handelen te maken.

  3. In de school wordt de leerstof ontleend zowel aan de leef- en belevingswereld van de kinderen als aan de cultuurgoederen die in de maatschappij als belangrijke middelen worden beschouwd voor de hier geschetste ontwikkeling van persoon en samenleving.

  4. In de school wordt het onderwijs uitgevoerd in pedagogische situaties en met pedagogische middelen.

  5. In de school wordt het onderwijs vorm gegeven door een ritmische afwisseling van de basisactiviteiten gesprek, spel, werk en viering.

  6. In de school vindt overwegend heterogene groepering van kinderen plaats, naar leeftijd en ontwikkelingsniveau, om het leren van en zorgen voor elkaar te stimuleren.

  7. In de school worden zelfstandig spelen en leren afgewisseld en aangevuld door gestuurd en begeleid spelen en leren. Dit laatste is expliciet gericht op niveauverhoging. In dit alles speelt het initiatief van de kinderen een belangrijke rol.

  8. In de school neemt wereldoriëntatie een centrale plaats in, met als basis ontdekken, ervaren en onderzoeken.

  9. In de school vinden gedrags- en prestatiebeoordeling van een kind zoveel mogelijk plaats vanuit de eigen ontwikkelingsgeschiedenis van het kind en in samenspraak met hem.

  10. In de school worden veranderingen en verbeteringen gezien als een nooit eindigend proces. Dit proces wordt gestuurd door een consequente wisselwerking tussen denken en doen.

Jenaplan kernkwaliteiten
Relaties met jezelf, anderen en de wereld staan centraal binnen het Jenaplanonderwijs. Een erkende Jenaplanschool geeft vorm aan de twaalf Jenaplankernkwaliteiten. Deze zijn onder te verdelen in drie thema's:

Relatie van het kind met zichzelf

  • Kinderen leren kwaliteiten/uitdagingen te benoemen en in te zetten, zodanig dat zij zich competent kunnen voelen.
  • Kinderen leren zelf verantwoordelijkheid te dragen voor wat zij willen en moeten leren, wanneer zij uitleg nodig hebben en hoe
    zij een plan moeten maken.
  • Kinderen worden beoordeeld op de eigen vooruitgang in ontwikkeling
  • Kinderen leren te reflecteren op hun ontwikkeling en daarover met anderen in gesprek te gaan.


Relatie van het kind met de ander en het andere

  • Kinderen ontwikkelen zich in een leeftijds-heterogene stamgroep.
  • Kinderen leren samen te werken, hulp geven en ontvangen met andere kinderen en daarover te reflecteren.
  • Kinderen leren verantwoordelijkheid te nemen en mee te beslissen over het harmonieus samenleven in de stamgroep en school, opdat iedereen tot zijn recht komt en welbevinden kan ervaren.


Relatie van het kind met de wereld

  • Kinderen leren dat wat ze doen er toe doet en leren in levensechte situaties.
  • Kinderen leren zorg te dragen voor de omgeving.
  • Kinderen passen binnen wereldoriëntatie de inhoud van het schoolaanbod toe, om de wereld te leren kennen
  • Kinderen leren spelend, werkend, sprekend en vierend volgens een ritmisch dagplan.
  • Kinderen leren initiatieven te nemen vanuit hun eigen interesses en vragen


Werken in stamgroepen
Op de PMS werken we in heterogene stamgroepen. In een stamgroep zitten kinderen van verschillende leeftijden. In een stamgroep oefen en ervaar je hoe het is om de jongste en de oudste te zijn. Iedere rol met een eigen verantwoordelijkheid. Kinderen leren hulp vragen en bieden. Kinderen leren op deze manier in een relatie met anderen, die relatie is belangrijk want ‘zonder relatie, geen prestatie’.

Dit zijn onze stamgroepen:

Onderbouw
groep 1-2 De Stampertjes
groep 1-2 Jip en Janneke
groep 1-2 Dikkertje Dap

Midden-/ bovenbouw
groep 3-4 Ibbeltje
groep 3-4 Floddertje
groep 5-6 De Sjakies
groep 5-6 De Oempa Loempa's
groep 7-8 Asterix
groep 7-8 Obelix

Als u meer wilt weten over Jenaplanonderwijs, neem dan een kijkje op de site van de Nederlandse Jenaplan Vereniging (NJPV). Op deze site kunt u van alles vinden over Jenaplan.